plaatje-leerlingzorg

ONZE GEZAMENLIJKE MISSIE EN VISIE VAN ONDERWIJS EN REVALIDATIE

Het gedachtegoed ‘één Kind, één Plan (EKEP)’ vormt ons uitgangspunt. Ouders, Onderwijs en revalidatie komen samen tot één plan voor de leerling. Dit uitgangspunt is ingegeven om de hulpvraag van kind en ouders te plaatsen in het licht van de ontwikkelingsmogelijkheden van het kind en de noodzaak om te komen tot een zo groot mogelijke zelfstandigheid. In de praktijk betekent dit dat we de begeleiding / behandeling van kinderen op het gebied van onderwijs en revalidatie zoveel mogelijk op elkaar afstemmen. Voor ouders betekent dit dat onderwijs en revalidatie vanaf het begin nauw met elkaar verbonden zijn. Hierbij neemt, zoals in het uitgangspunt naar voren komt, de hulpvraag van het kind een centrale plaats in. Een evenwichtig samenspel tussen het onderwijspersoneel, het revalidatiepersoneel en de ouder is voor de kinderen en jongvolwassenen van de Mytylschool Roosendaal essentieel.

Binnen de EKEP-leerlingzorgstructuur kennen we een tweetal trajecten, namelijk:

  1. OOR-traject (eenmalig na plaatsing)
  2. LBP-traject / klassenteam (jaarlijks)

 OOR-traject (Ontwikkelingsperspectief Onderwijs en Revalidatie)

Voor iedere (mogelijk) nieuwe leerling wordt het traject Ontwikkelperspectief Onderwijs Revalidatie (OOR) opgestart. Dit traject bestaat uit twee delen, t.w. ‘van oriëntatie tot plaatsing’ en ‘van plaatsing t/m OOR’.

Deel 1 ‘Van oriëntatie tot plaatsing’

  • Ouders hebben een oriënterend gesprek met de orthopedagoog van de school. Dit gesprek heeft als doel het verschaffenvan informatie over organisatie van het onderwijs, de leerlingzorg, de revalidatie, de toelating tot de school en het gevenvan een indruk van de school door middel van een rondleiding.
  • Indien besloten wordt tot plaatsing, wordt een toelaatbaarheidsverklaring (TLV) aangevraagd bij het samenwerkingsverband (SWV) Passend onderwijs van de regio waarin de leerling woont.
  • Indien een leerling niet bekend is bij de revalidatiearts, zal de leerling opgeroepen worden door de revalidatiearts ter kennismaking.
  • Vervolgens volgt een intakegesprek met de orthopedagoog met als doel het verkrijgen van verdere informatie over nieuwe leerling en het maken van praktische afspraken voor de eerste periode.
  • Tenslotte stelt de orthopedagoog een beginsituatie op, waarin de belangrijkste gegevens van het kind worden opgenomen en waarin de afspraken voor de eerste periode staan vermeld.

Deel 2 ‘Van plaatsing t/m OOR’

  • De eerste acht weken worden als observatieperiode gebruikt, zowel binnen de klas als binnen de revalidatie. Het doel hiervan is het in kaart brengen van de mogelijkheden van de leerling op alle gebieden. De eerste twee weken daarvan gelden als wenperiode. In deze twee weken is de leerling alleen in de klas en gaat het nog niet naar therapie.
  • Na 6 weken heeft de leerkracht de leerling geobserveerd en ingeschaald in de leerlijn op de belangrijkste vakgebieden.

De orthopedagoog stelt vervolgens het ‘ontwikkelingsperspectief vanuit onderwijs’ op.

  • In de eerste acht weken zal de maatschappelijk werker een afspraak maken voor een gesprek / huisbezoek.
  • Als er vragen zijn aan de orthopedagoog, kan de orthopedagoog eventueel aanvullend onderzoek doen in de eerste 6 weken.
  • In de 6e week zullen ouders uitgenodigd worden voor een kennismaking. Hierbij hebben de ouders een gesprek met de onderwijsassistent, of, als er geen vaste onderwijsassistent is met degene die het logboek maakt en met de revalidatiemedewerkers (fysiotherapeut, ergotherapeut en de logopedist) . Zij kunnen dan hun hulpvragen stellen. Daarnaast vindt er ook een gesprek plaats met de orthopedagoog over het ‘ontwikkelingsperspectief vanuit onderwijs’.
  • Aan het einde van de observatieperiode zal het concept-OOR opgesteld worden. Het concept OOR bestaat uit een ‘ontwikkelingsperspectief vanuit onderwijs’ en een ‘ontwikkelingsperspectief vanuit revalidatie’, wat op elkaar afgestemd is en resulteert in de doelen voor de volgende periode. Dit concept -OOR wordt besproken met alle betrokkenen en binnen de Commissie van Begeleiding (CVB), waarna in een gesprek met ouders, revalidatiearts en orthopedagoog het OOR vastgesteld wordt.
  • Ter afsluiting hebben ouders een gesprek met de leerkracht en onderwijsassistent, waarbij ouders geïnformeerd worden over hoe de doelen en afspraken uit het OOR in de klas worden opgepakt.

Rol van ouders tijdens het OOR

Tijdens het OOR traject zijn er drie momenten waarop de aanwezigheid van ouders noodzakelijk is om elkaar te informeren en om te komen tot afstemming en besluitvorming t.a.v. het OOR van uw kind. Te weten:

  • Kennismaking met de klas, onderwijsassistente en revalidatiemedewerkers;
  • OOR-bespreking met orthopedagoog en revalidatieartsarts;
  • Nabespreking van het OOR-verslag met de leerkracht en onderwijsassistent.

LBP-traject

Het doel van het Leer Behandel Plan-traject (LBP) is het opstellen van ontwikkeldoelen, zowel op het gebied van onderwijs als van revalidatie. Het LBP-traject is een zes weken durend traject, dat kan plaatsvinden in de periode van schoolweek 5 tot en met 35. Het is een traject dat eenmaal per schooljaar doorlopen wordt.

Het LBP-traject bestaat uit verschillende stappen:

  1. In week 1 is er een meeloopdag voor ouders. Deze ochtend bestaat uit meekijken in de klas, bij fysiotherapie, ergotherapie en logopedie, een gesprek met maatschappelijk werker, een gesprek met de onderwijsassistent en bezoek aan het spreekuur bij de revalidatiearts. Ouders hebben tijdens deze contacten de mogelijkheid om hulpvragen te formuleren.
  2. In week 2 en 3 wordt er een schriftelijke evaluatie door alle betrokkenen uit onderwijs en revalidatie geschreven. Dit verslag wordt dan vervolgens op gestuurd naar ouders in week 4.
  3. In week 5 vindt de LBP-bespreking plaats met ouders, leerkracht, orthopedagoog, revalidatiearts en een afgevaardigde uit revalidatie. Het doel van deze bespreking is het vaststellen van het LBP voor de komende periode, waarin de onderwijs- en revalidatiedoelen, alsmede het ontwikkelperspectief wordt opgenomen.
  4. Binnen een week na de bespreking ontvangen ouders een schriftelijke terugkoppeling van het vastgestelde LBP. Na accordering van ouders, kunnen de afspraken en acties worden uitgevoerd, evenals de uitwerking van het multidisciplinair plan van aanpak door de betreffend persoon die daarvoor verantwoordelijk is gesteld.

Tussentijds kan het zo zijn dat het ontwikkelingsperspectief en de gemaakte afspraken in het LBP bijgesteld moeten worden. Als dat zo is, kan er via de orthopedagoog of de revalidatiearts een extra LBP-bespreking aangevraagd worden. De orthopedagoog of de revalidatiearts zal deze vraag dan eerst in de CvB bespreken.

Rol van ouders tijdens het LBP

Tijdens het LBP-traject zijn er twee momenten waarop de aanwezigheid van ouders noodzakelijk is om elkaar te informeren en om te komen tot afstemming en besluitvorming t.a.v. het LBP van de leerling. Te weten:

  • Meeloopochtend
  • LBP-bespreking

Klassenteam

Zodra het LBP is vastgesteld, wordt de voortgang van de ontwikkeling van een leerling geëvalueerd in een ‘klassenteam’– bespreking (KLT) tot aan een volgend LBP-traject. Indien nodig, worden de doelen en/of de begeleiding nader afgestemd of worden er aanvullende afspraken gemaakt als er knelpunten zijn. Bij een KLT zijn altijd alle bij de groep betrokken medewerkers aanwezig. De orthopedagoog en demaatschappelijk werker kunnen op afroep aanwezig zijn. Het KLT vindt twee of drie maal per jaar plaats. Ongeveer een halfjaar na het LBP, volgt er een oudergesprek na een KLT, waarin de voortgang m.b.t. het LBP van de leerling besproken wordt. Hierbij zal de leerkracht en één betrokkene van revalidatie aanwezig zijn.

Rol van ouders tijdens het KLT

Een half jaar na de LBP-bespreking is er een oudergesprek n.a.v. KLT, waarbij ouders worden geïnformeerd over de ontwikkeling van hun kind. Ook op dit moment zijn ouders noodzakelijk voor de besluitvorming.

Begin met typen en druk op enter om te zoeken